Natuurpunt Lanaken

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home :: Overzicht :: bepaling waterkwaliteit

bepaling waterkwaliteit

E-mailadres Afdrukken

De bepaling van de waterkwaliteit van beken, rivieren en kanalen gebeurt aan de hand van fysisch-chemische en biologische analyses. Het voordeel van de biologische methode (fytoplankton, waterflora, macro-invertebraten en vissen) is dat zij de algemene toestand van de waterloop weergeeft over een langere periode. De fysisch-chemische analyses daarentegen zijn resultaten van momentopnamen. Om een degelijk beeld van de kwaliteit te verkrijgen, dienen beide analyses uitgevoerd te worden.

Om de ecologische toestand of potentieel van een waterloop of vijver te beoordelen, wordt er naar verschillende kwaliteitselementen gekeken. De volgende biologische kwaliteitselementen zijn van doorslaggevend belang: fytoplankton, waterflora (fytobenthos en macrofyten), macro-invertebraten en vissen.

Belgisch Biotische Index

Macro-invertebraten zijn een goede indicator van de waterkwaliteit. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) gebruikt ze al meer dan 20 jaar voor het beoordelen van de biologische kwaliteit van oppervlaktewateren in Vlaanderen. Het betreft een zeer diverse groep van organismen, namelijk alle ongewervelde soorten die minstens een deel van hun levenscyclus in het water doorbrengen. Dit zijn bijvoorbeeld larven van insecten zoals kokerjuffers, libellen en muggen, maar ook weekdieren zoals slakken, mossels en verder ook kreeftachtigen.

Door hun grote diversiteit vertonen macro-invertebraten ook een breed spectrum van respons op verstoring van de aquatische habitat. Bovendien zijn ze gemakkelijk te bemonsteren, wat die groep organismen erg bruikbaar maakt voor toepassing in biologische kwaliteitsindexen. De macro-invertebraten waren dan ook de eerste groep van organismen die de VMM gebruikte bij het beoordelen van de oppervlaktewaterkwaliteit.

In Vlaanderen wordt de biologische waterkwaliteit vaak nog bepaald aan de hand van de Belgisch Biotische Index (BBI) volgens de methode van Tuffery-Verneaux. Aan de hand van een evaluatietabel kan de BBI berekend worden. Deze tabel houdt rekening met twee parameters: de aan- en/of afwezigheid van bepaalde indicatorgroepen en de diversiteit. Zuiver water wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan soorten en een klein aantal individuen per soort. Bij toenemende verontreiniging daalt de diversiteit met eliminatie van de gevoelige soorten. Door de combinatie van deze parameters kan men een cijferwaarde geven aan het waterstaal. De indexwaarde schommelt tussen 0 (zeer slecht) en 10 (zeer goed). Een waarde van 5 of minder duidt op verontreinigd oppervlaktewater. 

Verfijnen meetnet Lanaken

Uit de meetdatabank van de VMM blijkt dat niet alle waterlopen in Lanaken periodiek onderzocht worden. Om een beter beeld van de biologische waterkwaliteit te bekomen, startten we in 2007 zelf een aanvullende meetcampagne op. We beschikken nu over een uitgebreide dataset, die we ter beschikking stellen aan de waterloopbeheerders. Deze objectieve meetgegevens zijn immers erg waardevol ter ondersteuning van het gemeentelijk en bovenlokaal waterbeleid.

  

De bovenlopen van de Asbeek, Ziepbeek en Munsterbeek hebben een goede tot zeer goede waterkwaliteit. De bemonsterde punten scoren met een BBI 9 zeer hoog. We treffen in de bovenlopen dan ook een groot aantal vervuilingsgevoelige soortengroepen aan zoals steenvliegen (o.a. Perla, Nemoura), schietmotten of kokerjuffers (o.a. Goeridae, Limnephilidae, Leptoceridae), libellen (o.a. Cordulegaster, Libellula, Coenagrion) en eendagsvliegen (o.a. Baetis, Leptophlebia, Cloeon).

De BBI van het Heserwater en de Wiemerbeek varieert van 3 tot 4. Hier gedijen enkel vervuilingstolerante organismen zoals muggen en vliegen (o.a. Chironomidae, Simuliidae, Sciomyzidae), borstelwormen (o.a. Tubificidae) en bloedzuigers (o.a. Erpobdella, Helobdella). Het Heserwater heeft deze lage score te danken aan de slechte beekstructuur, de inspoeling van meststoffen en de lozing van huishoudelijk afvalwater (overstorten). Het bemonsterde punt op de Wiemerbeek haalde in 2011-2012 zelfs BBI 0. Ook de dikke anaërobe sliblaag benadeelt de BBI.

De BBI voor een aantal bemonsterde punten op de Ziepbeek (stroomafwaarts Oud-Rekem) en de Groenstraatbeek zakte de voorbije jaren zeer snel en halen de basiskwaliteitsnorm van BBI 7 niet. De Groenstraatbeek bleef in 2014 en 2015 steken op BBI 4 (slechte kwaliteit) ondanks de recente aanleg van gescheiden riolering in de residentiële wijk Zilverkust.

In de Ziepbeek, stroomafwaarts de RWZI, is de hoeveelheid opgeloste zuurstof sterk gedaald en het biochemisch zuurstofverbruik sterk gestegen. De grote boosdoener is het overstort nabij de Leon Hermanslaan. De BBI balanceert nog steeds op de grens tussen BBI 4 en 5 en verkeert in kritieke toestand. Het effluent van de RWZI zorgt voor een verdunning van het overstortwater en geeft een aantal tolerante macro-invertebraten (Tubificidae, Helobdella, Asellidae) nog een overlevingskans. Dit overstort wordt door de VMM gemeten. Uit de gegevens blijkt dat er voortdurend afvalwater in de beek geloosd wordt, zelfs bij droog weer.

Je kan één of meerdere staalnames bijwonen en zo zelf vaststellen hoe het met de waterkwaliteit gesteld is. We voorzien het nodige materiaal: schepnetten, zeven, determinatietabellen, stereoscoop, … De fysisch-chemische parameters worden met de draagbare multiparameter gemeten. Geïnteresseerd? Contacteer dan de coördinator via Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of op 0472 48 81 72.

  

Multimetrische Macro-invertebraten Index

De BBI blijft een betrouwbare indicator voor de biologische waterkwaliteit van stromende wateren. Doch, de BBI is niet conform de Europese Kaderrichtlijn Water. Voor de beoordeling van macro-invertebraten in oppervlaktewater werd daarom een nieuwe index ontwikkeld, namelijk de MMIF (Multimetric Macroinvertebrate Index Flanders), die gevalideerd is door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Die index gaat van dezelfde principes uit als de BBI, maar is conform een aantal bijkomende vereisten van de KRW (o.a. typespecificiteit).

De MMIF beoordeelt de macro-invertebratenfauna op basis van vijf criteria. Op basis van de score voor elk van die deelmaatlatten krijgt een staal een eindbeoordeling onder de vorm van een ecologische kwaliteitscoëfficiënt (cijfer tussen 0 en 1). Die beoordelingsschaal wordt verder ingedeeld in vijf kwaliteitsklassen, nl. zeer goed, goed, matig, ontoereikend en slecht. De toekenning van de kwaliteitsklasse is afhankelijk van het type waterlichaam.

Laatst aangepast op woensdag, 16 november 2016 20:16  

Kalender

Vorige maand December 2017 Volgende maand
M D W D V Z Z
week 48 1 2 3
week 49 4 5 6 7 8 9 10
week 50 11 12 13 14 15 16 17
week 51 18 19 20 21 22 23 24
week 52 25 26 27 28 29 30 31