Natuurpunt Lanaken

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home :: Overzicht :: herpetologisch onderzoek

herpetologisch onderzoek

E-mailadres Afdrukken

 Dankzij Hyla, de amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt, komt de Vlaamse herpetofauna steeds meer in de belangstelling te staan. Hyla coördineert de werking van de lokale afdelingen en informeert het brede publiek via workshops, folders en wetenschappelijke publicaties. De werkgroep organiseert ook excursies en studiedagen. Via een gerichte aanpak probeert Hyla ook (lokale) overheden en bedrijven bij zijn werking te betrekken. 

Verspreidingsatlas Lanaken

Hyla heeft een aanzienlijke databank met verspreidingsgegevens van amfibieën en reptielen in Vlaanderen. De gegevens zijn op puntniveau, maar worden in veel gevallen enkel aangeleverd op niveau van kilometerhokken (UTM-raster). Elk vierkant meet hierbinnen 1 km op 1 km. Hierdoor bekomt men een nauwkeurig beeld van de verspreiding van de soorten en is het mogelijk om uitspraken te doen over de evolutie van de populatiegrootte in het desbetreffende gebied.

In en rondom het Nationaal Park Hoge Kempen werd in de periode 2003-2005 een groot aantal hokken onderzocht. Enkel de monotome dennenbestanden in het domeinbos Pietersembos (zuidelijk deel) en de gemeentebossen Lanakerheide, Gellikerheide en Grote kiewitheide werden toen niet aan een grondig onderzoek onderworpen. Om deze leemten op te vullen, nam Natuurpunt Lanaken in 2008 het initiatief om de overige hokken in kaart te brengen.

Er werden toen 50 'waterpartijen' onderzocht. We maakten hierbij een onderscheid tussen (semi)permanente en tijdelijke wateren, zoals karrensporen en ondergelopen grachten. De karrensporen of bospoelen zijn ontstaan door zware machines t.b.v. de bosbouw. Alhoewel deze tijdelijke plassen vaak storend zijn voor wandelaars vormen ze toch een onderschatte habitat voor salamanders (Alpenwatersalamander, Vinpootsalamander, Kleine watersalamander) en kikkers (Bruine kikker en het ‘Groene kikker-complex’). Bij al deze soorten stelden we voortplanting in de vorm van legsels of larven vast.

Van alle waterpartijen werden ook de abiotische kenmerken genoteerd, onder meer de bedekkingsgraad door de vegetatie, de diepte, de oppervlakte, de temperatuur en de zuurtegraad. Kwantitatieve gegevens (aantallen per geslacht) werden ook genoteerd. Deze gegevens werden aan het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en de gemeente bezorgd. 

  

Netwerk van bospoelen 

In het voorjaar van 2016 gaf de gemeente Lanaken het studiebureau Omniverde de opdracht om een poelenplan voor de gemeentebossen op te maken. Het gemeentelijk poelenproject beoogt een duurzaam en voldoende dicht poelennetwerk uit te werken, zodat de migratie van waterafhankelijke dier- en plantensoorten verbeterd wordt en zich duurzame populaties kunnen opbouwen. Dit netwerk moet op korte termijn leiden tot meer biodiversiteit in de gemeentebossen.

In februari 2017 werden eerst de poelen op Lanakerheide aangepakt. De Winning vzw maaide rondom de poelen de struikopslag van Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers weg. Deze twee exoten groeien zeer snel en zorgen ervoor dat de poelen sterk beschaduwd worden. Eind oktober 2017 worden de poelen in de gemeentebossen van Rekem en Neerharen onder handen genomen. Deze werken dienen vijfjaarlijks herhaald te worden.

De waterretentie van de poelen wordt bepaald door de aanwezigheid van verdichte lagen in de ondergrond. Bij het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden, zoals het verwijderen van slib en bladeren met een graafmachine, kan deze laag beschadigd worden. Dan kan de poel zelfs droogvallen. Er moet dus zeer omzichtig te werk gegaan worden bij het ruimen van de poelen. Een andere maatregel om de poelen in stand te houden, is er gewoonweg door te rijden. Natuurlijk niet tijdens het voortplantingsseizoen, maar in de periode oktober tot januari. De gemeente legt bij de bosexploitaties dan ook verplichte rijroutes op, waardoor de poelen door de zware machines opnieuw worden opengemaakt.

  

De poelen op de bospaden worden vaak door recreanten (wandelaars, MTB'ers en ruiters) als hinderlijk ervaren. De gemeente zal dit voorjaar een tiental informatieborden plaatsen om hen te informeren over de functie van de poelen en de dieren die er afhankelijk van zijn.

Om per poel de juiste beheer- en onderhoudsmaatregelen uit te voeren, wordt bij iedere poel een paaltje geplaatst met daarop het betreffende nummer. De markering is ook een handig hulpmiddel bij het uitvoeren van de monitoring door Natuurpunt Lanaken.

Monitoring Kamsalamander

Sinds 2014 wordt de Kamsalamander jaarlijks door Natuurpunt Lanaken gemonitord. De Kamsalamander is een Europees beschermde soort (opgenomen in bijlage II en IV van de Habitatrichtlijn). Deze soort is een typische vertegenwoordiger van het vroeger alom aanwezige kleinschalige buitengebied. Het verdwijnen van structuurrijke poelen in een gevarieerd landschap zorgde voor een drastische achteruitgang en fragmentatie van deze soort in Vlaanderen.

In onze gemeente komt de Kamsalamander enkel in Rekem (enkele private vijvers/poelen) en in Herbricht (natuurgebied Biesweerd) voor. Deze poel wordt door Natuurpunt Lanaken beheerd. Het voortplantingsbiotoop bestaat hier uit matig voedselrijk, stilstaand water met een goed ontwikkelde watervegetatie. De poel is grotendeels beschaduwd en valt in de nazomer droog (visvrij).

Het monitoren van de Kamsalamander gebeurt aan de hand van fuikvangsten (adulte dieren) en schepnetbemonstering (larven). Het vangen van de adulte dieren gebeurt in de periode half april-eind mei (minstens 2 bezoeken). De vangsten per fuik worden genoteerd in een streeplijst, waarin ook de bijvangsten genoteerd worden. Tijdens een derde bezoek (begin juli) wordt met een schepnet langs de oever geschept en worden het aantal larven per schepbeweging vermeld.

Reptielen langs spoorweg Lanaken-Maastricht

Sinds de revitalisering van de goederenspoorlijn Maastricht-Lanaken in 2009 volgen we samen met Hyla nauwgezet de populaties van Hazelworm, Levendbarende hagedis en Muurhagedis op. De Muurhagedis komt nog niet in Lanaken voor. Aan Nederlandse zijde gebeurt dit door Ravon en het Centrum voor Natuur- en Milieueducatie (CNME Maastricht).

  

Vóór de start van de infrastructuurwerken hadden vrijwilligers de hagedissen op Maastrichts grondgebied weggevangen en op een veilige plaats terug vrijgelaten. Tussen het leefgebied en het spoor werd een scherm (amfibienguard) geplaatst waar de dieren niet overheen konden. Vervolgens werden op verscheidene plaatsen 40 à 50 m lange muren van gestapelde natuursteen gemaakt. De muren zijn tot 2 m hoog en bieden schuil-, overwinterings- en foerageermogelijkheden voor de Muurhagedis. Voor de Levendbarende hagedis en de Hazelworm werden houtstapels voorzien. Aan Vlaamse kant werden geen maatregelen genomen.

Na de inrichtingswerken ging het snel bergaf met de populatie. Hun leefgebied werd tijdens de werken danig overhoop gegooid en achteraf te net ingericht. Op vraag van Natuurpunt Lanaken legde het Autonoom Gemeentebedrijf Lanaken verschillende takkenrillen en houtstapels (boomstronken) aan. De bramenkoepels worden nu ook gefaseerd gemaaid. Sinds 2016 worden de spoorwegtaluds en het wachtbekken door schapen begraasd.

Laatst aangepast op zaterdag, 15 april 2017 15:37  

Kalender

Vorige maand December 2017 Volgende maand
M D W D V Z Z
week 48 1 2 3
week 49 4 5 6 7 8 9 10
week 50 11 12 13 14 15 16 17
week 51 18 19 20 21 22 23 24
week 52 25 26 27 28 29 30 31